.png)
Een video kan kraakhelder zijn en tóch een deel van je doelgroep missen.
Denk aan iemand die de gesproken tekst niet kan horen. Iemand die slechtziend is en belangrijke informatie alleen in beeld krijgt. Of iemand die de videospeler niet met een muis kan bedienen.
En dat gaat om een flinke groep. Wereldwijd leeft naar schatting 1 op de 6 mensen met een significante beperking. Door vergrijzing groeit deze groep verder. Digitale toegankelijkheid gaat dus niet alleen over voldoen aan wet- en regelgeving, maar vooral over zorgen dat meer mensen je communicatie kunnen gebruiken.
Daarnaast helpen veel toegankelijkheidsmaatregelen een veel bredere doelgroep. Captions zijn bijvoorbeeld handig als je een video zonder geluid bekijkt, in een drukke omgeving zit of de gesproken taal minder goed beheerst. W3C noemt daarnaast voordelen zoals betere vindbaarheid en de mogelijkheid om informatie sneller als tekst te raadplegen.
Voor publieke organisaties zijn er ook wettelijke eisen rond digitale toegankelijkheid. Ook voor andere organisaties zijn de toegankelijkheidseisen de afgelopen jaren uitgebreid, onder andere door de European Accessibility Act die sinds 28 juni 2025 van toepassing is op verschillende producten en diensten.
WCAG (staat voor Web Content Accessibility Guidelines) is een technische standaard. Voor video betekent het dat je moet nadenken over onder andere captions, audiodescriptie, contrast en de bediening van de videospeler.
Wij maken veel kennisclips, explainers en e-learning voor ministeries, gemeenten en andere publieke organisaties. Onze belangrijkste les: een toegankelijke video maak je niet toegankelijk bij de oplevering. Je maakt hem toegankelijk vanaf het concept.
Wat precies nodig is, hangt af van het type video. Is de video vooraf opgenomen of live? Bevat hij beeld én geluid? En wordt er belangrijke informatie alleen visueel of via audio overgebracht?
Voor een vooraf opgenomen video met beeld en geluid zijn dit de belangrijkste aandachtspunten:
Voor vooraf opgenomen video met belangrijke audio zijn captions al vereist op niveau A. Op AA-niveau komt daar audiodescriptie bij wanneer belangrijke visuele informatie niet al in de hoofdaudio wordt overgebracht. Een transcript van een vooraf opgenomen video mét audio is op zichzelf geen algemene AA-eis.
Dat onderscheid is belangrijk. WCAG-proof produceren betekent niet dat we bij iedere video automatisch hetzelfde pakket aan voorzieningen toevoegen. We kijken naar welke informatie iemand mist als diegene het beeld niet kan zien of het geluid niet kan horen.
WCAG-compliance is geen achteraf-stickertje. In onze Kraakhelder-methode beginnen we bij de boodschap. Toegankelijkheid nemen we vervolgens mee vanaf het concept en script.
Bij een explainer is dat bijvoorbeeld relatief eenvoudig. Stel dat de voice-over zegt:
“Er zijn drie belangrijke ontwikkelingen.”
Vervolgens verschijnen die drie ontwikkelingen alleen als tekst in beeld. Een ziende kijker krijgt de informatie mee. Iemand die het beeld niet kan zien, niet.
We schrijven daarom liever:
“Er zijn drie belangrijke ontwikkelingen: personeelstekort, digitalisering en nieuwe wetgeving.”
De animatie ondersteunt vervolgens wat er wordt verteld. Dat is bij onze explainers een belangrijk uitgangspunt: animatie en graphics versterken de inhoud, maar voegen geen belangrijke informatie toe die niet ook wordt uitgesproken. W3C adviseert ook om bij onder andere instructie- en trainingsvideo's al tijdens de productie na te denken over de beschrijving van visuele informatie. Wanneer alle noodzakelijke informatie al natuurlijk in de gesproken inhoud zit, kan aparte audiodescriptie soms helemaal worden voorkomen.
Zo wordt toegankelijkheid onderdeel van:
briefing → concept → script → draaidag → montage → captions → oplevering
Dat werkt beter dan aan het einde ontdekken dat er informatie ontbreekt en de montage opnieuw open moet.
1. Automatische ondertiteling als eindversie gebruiken.
Automatische captions zijn een prima vertrekpunt, maar geen kwaliteitscontrole. Namen, vaktermen, relevante geluiden en wisselingen tussen sprekers kunnen verkeerd worden geïnterpreteerd. Controleer automatisch gegenereerde captions daarom ook altijd.
2. Pas na de montage nadenken over audiodescriptie.
Staat een naam en functie alleen in beeld? Verschijnt er een belangrijk cijfer in een animatie? Of gebeurt er iets wat alleen visueel te begrijpen is? Dan kan aanvullende beschrijving nodig zijn.
Dat kun je achteraf oplossen, maar vaak veel natuurlijker tijdens de productie. Laat een geïnterviewde bijvoorbeeld zeggen:
“Ik ben Edwin, hondengeleider bij Defensie.”
Dan krijgt iemand die het naamkaartje niet kan zien dezelfde relevante context, zonder dat we achteraf een extra stem aan de montage hoeven toe te voegen.
3. Denken dat ieder beeld en geluid beschreven moet worden.
Toegankelijkheid betekent niet dat we iedere camerabeweging, achtergrondmuziek of locatie moeten uitschrijven.
De vraag is steeds:
Mist iemand informatie die nodig is om te begrijpen wat er gebeurt?
Een hond die buiten beeld blaft en daarmee verklaart waarom een geïnterviewde plotseling opzij kijkt? Relevant. Willekeurige achtergrondmuziek onder een zakelijk interview? Waarschijnlijk niet.
Bij digitale toegankelijkheid spreken we daarom liever over captions.
Captions bevatten niet alleen de gesproken tekst, maar ook relevante auditieve informatie. W3C noemt expliciet dat geluiden die nodig zijn om de content te begrijpen onderdeel moeten zijn van goede captions.
Denk bijvoorbeeld aan:
[hond blaft]
als dat geluid verklaart waarom iemand in beeld reageert.
Ook moet duidelijk zijn wie er spreekt wanneer dat niet uit het beeld of de context blijkt. Bij meerdere sprekers kan bijvoorbeeld de naam worden toegevoegd.
Maar ook hier geldt: voeg geen informatie toe omdat het technisch kan. Voeg informatie toe omdat iemand die nodig heeft om de video gelijkwaardig te kunnen volgen.
Ook de vormgeving van een video speelt mee. Voor normale tekst geldt binnen WCAG een minimale contrastverhouding van 4,5:1. Voor grote tekst geldt 3:1.
En daar zit in onze praktijk een interessante valkuil: jullie huisstijl is niet automatisch digitaal toegankelijk.
Een kleur uit een brandbook kan op een bepaalde achtergrond onvoldoende contrast hebben. Daarom controleren we bij voorkeur vooraf welke kleurcombinaties geschikt zijn voor tekst, captions en graphics.
Bij klanten waarvoor we veel produceren kunnen we dat zelfs vastleggen in een eenvoudige contrastmatrix:
deze combinaties werken wel → deze combinaties liever niet.
Dat voorkomt een correctieronde nadat een video al is vormgegeven.
Op social media ontstaat een extra spanningsveld.
Op TikTok en Instagram gebruiken we captions namelijk niet alleen voor toegankelijkheid. Grote woorden, snelle tekstwisselingen en animaties worden ook gebruikt om aandacht vast te houden.
Wat goed werkt voor bereik en engagement is niet automatisch de meest toegankelijke oplossing.
Zeker bij overheidscommunicatie maken we daarom bewust de afweging tussen doelgroep, platform, communicatiedoel en toegankelijkheid.
Een video mag daarbij nog steeds snel, creatief en social-first zijn. Toegankelijkheid betekent niet dat alles statisch moet worden. Het betekent vooral dat belangrijke informatie voor iedereen beschikbaar moet blijven.
Wil je beoordelen of bij een videoproductie goed over digitale toegankelijkheid is nagedacht? Controleer dan in ieder geval:
Het belangrijkste is dat deze controle pas bij de oplevering plaatsvindt. Doe hem al bij het concept en het script.
Een gescripte explainer waarin alle belangrijke informatie al wordt uitgesproken, kan relatief eenvoudig toegankelijk worden geproduceerd. Een campagnevideo waarin een groot deel van het verhaal visueel wordt verteld, kan meer werk vragen voor bijvoorbeeld audiodescriptie.
Daarom kijken we liever vooraf wat een productie nodig heeft. Dat kan gaan om captions, audiodescriptie, transcriptie, aangepaste vormgeving of een andere inrichting van het script. Door die keuzes vóór de productie te maken, voorkomen we dat we achteraf toegankelijkheid in een bestaande montage moeten proberen te repareren.
Heeft iedere video audiodescriptie nodig?
Nee. Als belangrijke visuele informatie al in de gesproken inhoud beschikbaar is, is audiodescriptie niet altijd nodig. Vooral bij explainers en instructievideo's kun je hier tijdens het schrijven van het script al rekening mee houden.
Is automatische ondertiteling voldoende?
Niet zonder controle. Automatische captions kunnen een goed vertrekpunt zijn, maar moeten worden gecontroleerd op onder andere inhoud, timing, namen, vaktermen, relevante geluiden en sprekers.
Moet iedere video een transcript hebben?
Nee, een transcript is voor vooraf opgenomen video met beeld en geluid niet automatisch een WCAG AA-eis. Het kan wel een waardevolle aanvulling zijn, bijvoorbeeld voor mensen die informatie liever lezen of gebruikmaken van bepaalde ondersteunende technologie. W3C adviseert captions én transcripts aan te bieden om zoveel mogelijk gebruikers te bedienen.
Kan een creatieve of social-first video ook toegankelijk zijn?
Zeker. Toegankelijk betekent niet langzaam of saai. Een video kan snel, visueel en creatief zijn. De relevante informatie moet alleen ook beschikbaar zijn voor iemand die bepaalde visuele of auditieve elementen niet kan waarnemen.
Kun je een bestaande video achteraf toegankelijk maken?
Vaak wel. Denk aan het verbeteren van captions, toevoegen van audiodescriptie of het aanbieden van een toegankelijk alternatief. Maar hoe meer toegankelijkheid al tijdens concept, script en montage wordt meegenomen, hoe minder er achteraf hoeft te worden aangepast.
WCAG kan behoorlijk technisch worden. Maar voor ons als makers begint het uiteindelijk met een simpele vraag:
Mist iemand belangrijke informatie als diegene het beeld niet kan zien of het geluid niet kan horen?
Is het antwoord ja? Dan kijken we hoe we die informatie toegankelijk kunnen maken.
Het liefst niet bij de laatste kwaliteitscontrole, maar al tijdens concept en script.
Want een toegankelijke video maak je niet toegankelijk bij de oplevering. Je produceert hem vanaf het begin toegankelijk.
Start een project en dan kijken we samen wat jullie productie nodig heeft.
